Wat heb je nodig om een "filatelist" te worden? |
|||||||
Om te beginnen: eigenlijk niet zoveel. Begin maar met een schoenendoos, waar je alle ontvangen en nog niet afgeweekte postzegels in doet. Als je aan het afweken bent gegaan, moet je de zegels wel ergens in opbergen. Het beste is een zogenaamd "stockboek" te kopen, dat is een boek met een harde kaft, waarin bladzijden zitten met doorzichtige strookjes om je postzegels onder te stoppen. En om de tandjes van de postzegels niet te beschadigen heb je een pincet nodig, dat is een metalen verend grijpertje. Raak je postzegels ook zo weinig mogelijk aan, zeker als ze nog "postfris" zijn, want anders kun je ze beschadigen. Oh ja, die pincet is niet de pincet die je moeder gebruikt om haren uit je neus te trekken. Die heeft namelijk scherpe punten en daar kun je je postzegels mee doorboren. Nee, een postzegelpincet heeft platte afgeronde schepjes. Te koop in sommige boekwinkels en natuurlijk bij de postzegelhandel.
Als je postzegels en stempels wat beter wilt bekijken heb je een "loep"
nodig.
De meest gebruikte loep bestaat uit een rond glas (de lens) op een steel. Deze soort
zie je op de 2 Nederlandse postzegels hieronder. Een andere veel gebruikte loep is
inklapbaar in een hoesje. Deze kun je gemakkelijk meenemen en wordt dan ook veel gebruikt
op ruildagen.
Als je echter heel erg goed wilt kijken heb je het soort loep nodig dat
"dradenteller" heet. Deze werd vroeger gebruikt om de draden van geweven stof te
tellen, vandaar de naam. Zo'n loep zie je op de Belgische postzegel hierboven. |
|||||||
| . |
Sluit dit venster door op de "X" rechtsboven te klikken. |